Basisonderwijs  
School aan zet
Begrijpend lezen in het speciaal onderwijs met LISBO

sneeuwwitje Het gaat bij begrijpend lezen over denken, zeggen Tjeerd Feenstra en Joukje Nijboer. Nadenken over de inhoud van de tekst en daarover praten. Daarmee is een begrijpend leesles een les vol interactie, geen stilleesles.

‘Begrijpend lezen is een les vol gesprekken. Leerkrachten en leerlingen denken hardop na over de tekst. Die interactiviteit is nieuw voor veel leerkrachten’, zegt Tjeerd Feenstra van de onderwijsadviesorganisatie CPS. Hij begeleidt het project  LISBO- Begrijpend Lezen op scholen voor speciaal onderwijs.  ‘Begrijpend lezen gaat over het ontwikkelen van kennis. Dat betekent dat je als leerkracht moet sturen op het leesproces, op leesstrategieën.’

Geen lesje maar kennis
Traditioneel horen bij begrijpend-lezen-teksten vragen die de kennis toetsen. Er  moet een lesje worden gemaakt, als de vragen zijn beantwoord is het lesje af. De LISBO-aanpak gaat over wat er geleerd moet worden, welke kennis moet worden overgedragen. Daarbij kun je heel goed sommige opdrachten overslaan, als je het doel scherp hebt. Tjeerd: ‘En het is belangrijk om in te spelen op de vragen van kinderen. Worden die vragen in de tekst beantwoord? Zo niet, zijn er andere plekken waar je een antwoord kan zoeken op die vragen?’

Sleutelen
Als een kind dyslectisch is, of druk gedrag vertoont, is dat niet iets waar je als leerkracht veel aan kunt doen. De LISBO-verbetertrajecten gaan uit van zes elementen, waaraan wel te sleutelen is. Dat zijn doel, tijd, aanbod, instructie, differentiatie en monitoring. Tjeerd: ‘Deze elementen werken we uit in een traject. Het doel van begrijpend lezen is kinderen kennis en vaardigheden te leren. Kinderen moeten zelfstandige lezers worden.’

Twee lessen per week
Op de Tine Marcusschool (cluster 2) wordt twee keer per week een les besteed aan begrijpend lezen. In de eerste les wordt de nieuwe strategie besproken en 'gemodeld': de leerkracht doet de strategie hardop denkend voor. In de tweede les diezelfde week wordt de strategie bij een les waarin teksten aan de orde komen, zoals wereldorientatie of taal. Joukje vertelt: ‘De tekst staat centraal. De leerkracht is het model. Die verplaatst zich in het denkproces van de leerlingen en brengt dit onder woorden. Het proces is: ik doet het -> wij doen het -> jullie doen het samen -> jij doet het alleen.’

Strategieën
De strategieën zijn voorspellen, vragen stellen, afleiden, visualiseren, verbinden en samenvatten. Joukje: ‘Bij voorspellen maak je een inschatting van wat kan gebeuren, en in de tekst controleer je of die verwachting uitkomt. Dat werkt goed bij bijvoorbeeld sprookjes. Bij informatieve of filosofische teksten kun je goed vragen stellen als “Waarom hebben vogels veren?” Bij afleiden gaat het erom of je woorden kunt verklaren met andere woorden uit de tekst. Bijvoorbeeld verwijswoorden als ‘ze’ en ‘dat’. Visualiseren betekent dat je een moeilijk woord uitlegt aan de hand van een plaatje. Bij verbinden leg je verband tussen de tekst en iets wat al bekend is. Bijvoorbeeld bij een tekst over graftomben kun je een vergelijking maken met de glazen kist van Sneeuwwitje. Samenvatten is nodig omdat je niet alles kunt onthouden. Je gebruikt de titels, de tussenkopjes en de plaatjes om te helpen een tekst kort weer te geven.’

Intensief
‘In het begin heeft het iets gekunstelds, om zo expliciet leesstrategieën voor te doen’, zegt Tjeerd. ‘Maar na verloop van tijd went het en wordt het een natuurlijk houding. Het is een intensieve aanpak. Maar lesgeven is altijd intensief.’


Projectbureau Kwaliteit, maart 2011



Handout van de workshop Lisbo- begrijpend lezen in het s(b)o. Regionale conferenties Speciaal onderwijs, 2011 [PDF 347 Kb ]

© PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact