Masterclass Lotte Henrichts
Schooltaal leren aan jonge kinderen
Masterclass
door Lotte Henrichs Conferentie Scholen voor morgen - Blijvende
kwaliteit! Spant!
Bussum, 8 oktober 2010
Het
begrijpen en kunnen gebruiken van
‘schooltaal' zou wel eens de sleutel kunnen zijn voor schoolsucces, is de
stelling van Lotte Henrichs. Niet alle kinderen krijgen deze taal van huis uit
mee. Lotte verzorgde op 8 oktober 2010 een masterclass tijdens de door het
ministerie van OCW en de PO-Raad georganiseerde conferentie Scholen voor mogen
- Blijvende kwaliteit!
"Schooltaal is rijker dan informele taal", zegt
Lotte. "Er komen specifieke woorden in voor en de zinnen zijn complexer in
vergelijking met dagelijks informeel taalgebruik. Ze drukken bijvoorbeeld
oorzaak-gevolg-relaties uit en bevatten voegwoorden. Niet alle kinderen krijgen
die schooltaal van huis uit mee. Daar moet de leerkracht dus alert op zijn."
Buiten het
hier en nu Lotte heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop
thuis met jonge kinderen wordt gepraat. Sommige ouders grijpen allerlei
situaties aan om met kinderen te praten over min of meer abstracte onderwerpen.
Bijvoorbeeld: stel je voor dat we de tafel ombouwen tot auto, wat moeten we dan
doen? Lotte: "Taal heb je vooral nodig voor het bespreken van minder concrete
zaken. Met woordjes als ‘hier' en ‘daar' en ‘dit' en ‘zo' kom je een heel eind als je kunt aanwijzen
wat je bedoelt. Maar op school gaat het juist om die onderwerpen die buiten het
hier en nu vallen."
Kennis
verwoorden Kinderen hebben schooltaal nodig om hun kennis te
kunnen verwoorden. Schooltaal bestaat uit domeinspecifieke woorden en algemene
schooltaalwoorden. Met domeinspecifieke woorden gaat het om woorden die bij een
vakgebied horen. Bij techniek horen bijvoorbeeld woorden als ‘luchtdruk', ‘zuiger',
‘weerstand'. Bij rekenen woorden als ‘som', ‘verschil', ‘kwadraat'. Bij
geschiedenis: ‘periode', verdrag', 'ijstijd'. Onder algemene schooltaalwoorden
verstaan we woorden als ‘verklaring', ‘effect' , ‘gevolg', ‘logisch',
‘resultaat'. Lotte: "Er is wel enige overlap met informele taal en schooltaal. Denk
aan woorden als ‘andersom', ‘ontdekken', ‘totaal'. Die woorden pikken kinderen
meestal wel op uit hun taalomgeving. Wanneer kinderen schooltaal onvoldoende
beheersen, kunnen ze de kennis die ze hebben onvoldoende uitdrukken. Daardoor
scoren ze mogelijk lager dan nodig is."
Zinsconstructie Schooltaal bestaat niet alleen uit woorden, ook de
zinsconstructie is belangrijk. Als een leerkracht uitleg geeft, doet ze dat in
een samenhangend verhaal, in samengestelde zinnen die een relatie bevatten,
zoals oorzaak en gevolg. "Daarom is het belangrijk dat leerkrachten ook jonge
kinderen stimuleren om een samenhangend verhaal te vertellen in bijvoorbeeld
het kringgesprek", zegt Lotte. "Daarbij sluit je aan bij wat kinderen vertellen,
maar je tilt het taalgebruik op een hoger niveau door te vragen waarom iets
gebeurde of in welke volgorde."
Beter
scoren Kinderen die thuis veel worden gestimuleerd om
betekenisvolle bijdragen aan een gesprek te leveren, scoren beter op
woordenschat in groep 4, blijkt uit het onderzoek van Lotte. Bovendien kunnen
ze beter lange zinnen produceren en een samenhangend verhaal vertellen. Het is
daarom de moeite waard om als leerkracht in de onderbouw bewust bezig te zijn
met het leren van ‘schooltaal' aan jonge kinderen.
Meer
informatie: Lotte Henrichs, e-mail: L.F.Henrichs@uu.nl en http://medewerkers.fss.uu.nl/lfhenrichs
PO-Raad/Projectbureau
Kwaliteit oktober 2010
|
|